Het concept van buy and build (kopen en bouwen) heeft de laatste jaren een hoge vlucht genomen, maar wordt niet altijd goed toegepast. Het houdt in dat een financiële speler, meestal een private-equityfonds (1), een eerste doelwit in een bepaalde sector koopt om een succesvol bedrijfsmodel en managementvaardigheden te verwerven, om vervolgens verdere overnames te doen (add-ons) in hetzelfde domein.
Door een opeenvolging van overnames in dezelfde bedrijfssector creëert de buy and build-strategie waarde op verschillende niveaus.
Deze drievoudige waardecreatie resulteert in een hogere ROI (return on investment) dan de markt. Het zou ons dus niet moeten verbazen dat fondsen een buy-and-build strategie volgen.
Terwijl ze aan het roer van het overnameproces blijven, verzekeren deze investeerders de betrokkenheid van een team van managers door hen een zeer aanzienlijke variabele vergoeding aan te bieden in geval van succes. Dankzij bepaalde financiële mechanismen (zoals preferente aandelen) krijgen actieve aandeelhouders een extra hefboom als de financiële doelstellingen op het moment van exit (2) worden gehaald.
Voor de aandeelhouder-manager houdt herinvestering in een dergelijk project zeker een risico in, vooral omdat de controle over de besluitvorming verloren gaat, maar dit risico wordt gespreid over een grotere groep.
Een andere valkuil die moet worden vermeden, is de waardering, zowel bij het instappen als bij het uitstappen. Als de herinvestering wordt gedaan tegen een reeds hoge waarde, zal het potentieel voor meerwaarden natuurlijk beperkter zijn. Hetzelfde geldt als de exit niet onder de juiste voorwaarden plaatsvindt, aangezien niet vergeten mag worden dat de voormalige manager niet langer controle heeft over het proces of de timing, die vaak al van tevoren vastligt.
Het is dus belangrijk om alle ins en outs van het soms complexe project te begrijpen voordat je de sprong waagt.
De buy and build-strategie krijgt soms een slecht imago als het gaat om een overdreven financialisering van het bedrijfsmanagement. Dit mechanisme, dat vrij standaard is, wordt echter gebruikt door toonaangevende spelers zoals beursgenoteerde holdings. Deze bedrijven hebben niet noodzakelijk een geplande exitstrategie. Andere, meer bescheiden spelers, zoals family offices, wagen zich ook in deze niche, maar zorgen ervoor dat de menselijke geest en een strategische visie op de lange termijn behouden blijven.
En wanneer de aandeelhoudersbasis gefragmenteerd is (zoals het geval is bij veel familiebedrijven), is het inzetten van een private equity fonds een uitstekende manier om de aandeelhoudersbasis te consolideren, waardoor de effectieve manager geleidelijk de aandelen van niet-actieve aandeelhouders kan uitkopen.
Kortom, de buy and build strategie is een krachtige motor voor groei en ontwikkeling. Het is niet de strategie zelf die voor kritiek vatbaar is, maar de manier waarop ze wordt toegepast. Buitensporige financiële doelstellingen en een te agressieve hefboomwerking kunnen leiden tot misbruik. Het adagio “moderatio in omnibus” (matiging in alle dingen) is daarom perfect van toepassing op het onderwerp bedrijfsovernames.
(1) Private equity fondsen investeren in niet-beursgenoteerde bedrijven.
(2) Exit verwijst naar het moment waarop aandeelhouders het bedrijf verlaten, meestal door verkoop aan nieuwe investeerders. Er wordt dan een nieuw project gelanceerd, vaak met een nieuwe exit voorgeprogrammeerd.